postscriptum

Een kleine voetnoot bij het officiële verhaal

  • Houdbaarheid van het Arbeidsongeschiktheidsstelsel: Uitvoering

    Het UWV loopt vast. Maar waarom eigenlijk? Op dit moment wachten tienduizenden mensen maanden of jaren op een beoordeling. Dit is geen incident van de afgelopen jaren, maar een structureel probleem van de WIA.

    Het stelsel is gebouwd op een arbeidsintensieve beoordeling met strikte protocollen door een verzekeringsarts . Zonder die arts geen beslissing. Maar bij het ontwerp van de WIA is geen rekening gehouden met de beschikbaarheid van deze artsen.

    2003: Het UWV signaleer bij de voobereidingen van overgang van WAO naar WIA  al een groot tekort aan verzekeringsartsen.

    2011: Dieptepunt. Een grote achterstand van meer dan 110.000 (her)beoordelingen

    2017: De minister van SZW bericht de kamer dat het UWV achterstanden heeft  en drastisch meer verzekeringsartsen nodig heeft om problemen te voorkomen.

    2026: Achterstand loopt naar verwachting op tot 40.000 aanvragen voor instroom-beoordeling. Herbeoordelingen zijn zo goed als stopgezet.

    Twintig jaar lang dezelfde diagnose en dezelfde aanbeveling: meer verzekeringsartsen en effectiever werken. Maar zelfs de eigen ambitie van het UWV bij de start van de WIA,  809 verzekeringsartsen FTE ,  is in 23 jaar nooit bereikt. De productie is opgeschroefd, maar het aantal verzekeringsartsen is nauwelijks gegroeid.

    Dat is niet verrassend. De opleiding duurt jaren, de beroepsgroep vergrijst, het totaal aantal afstuderende artsen stijgt niet sterk, en het specialisme is de afgelopen jaren niet radicaal populair geworden.

    Binnen de ruimte die het systeem biedt, wordt er van alles gedaan om tijd te kopen. De 2011-oplossing was administratief: de achterstand wegschrijven. De 2017-oplossing was tijdelijk: overwerk en externen. De 2025-oplossing was juridisch: de dwangsom (de straf die het UWV kreeg voor te laat beslissen) afschaffen en de beslistermijn verdubbelen.

    Maar geen van deze maatregelen lost het onderliggende probleem op. Elke WIA-aanvraag heeft wettelijk recht op een beslissing binnen 8 weken. Dat wordt al twintig jaar niet waargemaakt.  Nu zijn er al bijna 40.000 zieke mensen die niet weten waar ze financieel aan toe zijn, in 2030 zijn dat er 200.000.

    Is het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel in de toekomst onuitvoerbaar? Het lijkt nu al onuitvoerbaar. We hebben het alleen twintig jaar lang kunnen pappen en nathouden.


    𝑷S
    𝘞𝘪𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘵 𝘥𝘢𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘢𝘳𝘣𝘦𝘪𝘥𝘴𝘰𝘯𝘨𝘦𝘴𝘤𝘩𝘪𝘬𝘵𝘩𝘦𝘪𝘥𝘴𝘵𝘦𝘭𝘴𝘦𝘭 𝘰𝘯𝘩𝘰𝘶𝘥𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘪𝘴, 𝘣𝘦𝘥𝘰𝘦𝘭𝘵 𝘷𝘢𝘢𝘬 éé𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘥𝘳𝘪𝘦 𝘷𝘰𝘭𝘨𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘥𝘪𝘯𝘨𝘦𝘯: 1) 𝘖𝘯𝘣𝘦𝘵𝘢𝘢𝘭𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘩𝘦𝘵 𝘭𝘢𝘯𝘥/𝘥𝘦 𝘣𝘦𝘨𝘳𝘰𝘵𝘪𝘯𝘨 (𝘭𝘪𝘯𝘬)  2) 𝘰𝘯𝘶𝘪𝘵𝘷𝘰𝘦𝘳𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘰𝘧 3) 𝘰𝘯𝘥𝘳𝘢𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘯𝘦𝘮𝘦𝘳 𝘰𝘧 𝘢𝘳𝘣𝘦𝘪𝘥𝘴𝘰𝘯𝘨𝘦𝘴𝘤𝘩𝘪𝘬𝘵𝘦. 𝘋𝘪𝘵 𝘸𝘢𝘴 𝘥𝘦𝘦𝘭 2; 𝘷𝘳𝘢𝘢𝘨𝘵𝘦𝘬𝘦𝘯𝘴 𝘣𝘪𝘫 𝘥𝘦 𝘶𝘪𝘵𝘷𝘰𝘦𝘳𝘣𝘢𝘢𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥. 𝘝𝘰𝘭𝘨𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘬𝘦𝘦𝘳 𝘥𝘦 (𝘰𝘯?)𝘥𝘳𝘢𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘥𝘦 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘯𝘦𝘮𝘦𝘳.

  • Houdbaarheid van het Arbeidsongeschiktheidsstelsel; overheidsfinanciën

    Exploderen de kosten van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen nu echt? Als aandeel van de rijksuitgaven zie je die explosie in elk geval niet terug.

    In totaal stijgen de uitkeringen van in totaal 11 miljard in 2014 naar ongeveer 19 miljard in 2025. Zelfs als je corrigeert voor inflatie is dat reële groei.

    Maar als percentage van de totale rijksuitgaven blijft het beeld opvallend stabiel, rond de 3,5%. De uitgaven voor arbeidsongeschiktheid groeien daarmee niet sneller dan de totale overheidsuitgaven.

    Als je het stelsel ondanks die cijfers budgettair onhoudbaar noemt, zeg je eigenlijk: ik vind dat dit geld anders besteed moet worden of dat de overheid als geheel minder zou moeten uitgeven. Dat zijn andere discussies dan budgettaire houdbaarheid. Zorgen over vergrijzing zijn reëel, maar gaan vooral over toekomstige druk op het stelsel.

    De huidige cijfers wijzen niet op een uitgavencategorie die zo snel groeit dat het overheidsbudget erdoor wordt opgeslokt. De discussie gaat daarmee eigenlijk niet over wat de begroting kan dragen, maar over wat we belangrijk genoeg vinden om te betalen.


    PS
    𝘞𝘪𝘦 𝘻𝘦𝘨𝘵 𝘥𝘢𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘢𝘳𝘣𝘦𝘪𝘥𝘴𝘰𝘯𝘨𝘦𝘴𝘤𝘩𝘪𝘬𝘵𝘩𝘦𝘪𝘥𝘴𝘵𝘦𝘭𝘴𝘦𝘭 𝘰𝘯𝘩𝘰𝘶𝘥𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘪𝘴, 𝘣𝘦𝘥𝘰𝘦𝘭𝘵 𝘷𝘢𝘢𝘬 éé𝘯 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘥𝘳𝘪𝘦 𝘷𝘰𝘭𝘨𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘥𝘪𝘯𝘨𝘦𝘯: 1) 𝘖𝘯𝘣𝘦𝘵𝘢𝘢𝘭𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘩𝘦𝘵 𝘭𝘢𝘯𝘥/𝘥𝘦 𝘣𝘦𝘨𝘳𝘰𝘵𝘪𝘯𝘨, 2) 𝘰𝘯𝘶𝘪𝘵𝘷𝘰𝘦𝘳𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘰𝘧 3) 𝘰𝘯𝘥𝘳𝘢𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘯𝘦𝘮𝘦𝘳 𝘰𝘧 𝘢𝘳𝘣𝘦𝘪𝘥𝘴𝘰𝘯𝘨𝘦𝘴𝘤𝘩𝘪𝘬𝘵𝘦. 𝘋𝘪𝘵 𝘸𝘢𝘴 𝘥𝘦𝘦𝘭 éé𝘯; 𝘥𝘦 𝘣𝘦𝘵𝘢𝘢𝘭𝘣𝘢𝘢𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥. 𝘝𝘰𝘭𝘨𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘬𝘦𝘦𝘳: 𝘶𝘪𝘵𝘷𝘰𝘦𝘳𝘣𝘢𝘢𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥, 𝘸𝘢𝘯𝘵 𝘥𝘢𝘢𝘳 𝘭𝘰𝘰𝘱𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘴𝘵𝘦𝘭𝘴𝘦𝘭 𝘸𝘦𝘭 𝘷𝘢𝘴𝘵.

  • Alle arbeid is waardevol, maar sommige arbeiders zijn waardevoller dan anderen.

    Veel wet- en regelgeving heeft onbedoelde bijeffecten. Die vallen pas op wanneer mensen buiten de veronderstelde norm vallen.

    Het kabinet wil meer mensen met een beperking aan het werk. Tegelijk verliezen uitkeringsgerechtigden die werken en hun totale inkomen (inc. uitkering) via hun werkgever krijgen, een flink deel van het fiscale voordeel dat alle werkenden krijgen.

    Aan de ene kant dus een minister van SZW die hard inzet op financiële prikkels bij de WIA, zodat het financieel nog onaangenamer wordt als je geen werk vindt. En aan de andere kant een minister van Financiën die ervoor zorgt dat zieke mensen bij hetzelfde totale inkomen minder overhouden dan gezonde mensen, ook al werken ze.

    Niet erg effectief als je meer mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan het werk wilt krijgen. Ook niet erg rechtvaardig.

    Er zijn veel financiële regelingen en voorzieningen gekoppeld aan het vermogen tot arbeid. Ze zijn niet expliciet bedoeld om zieke mensen uit te sluiten, maar om werk te belonen.

    Maar wetgeving stapelt. Voor toegang tot veel financiële regelingen is (volledig) inkomen uit arbeid of vermogen nodig. Langdurig zieke mensen zijn vaak slecht in staat tot dat eerste en teren snel in op dat tweede.

    De vraag is niet of deze regelingen ieder op zichzelf logisch zijn. De vraag is wat deze stapeling van indirecte effecten betekent voor mensen die arbeidsvermogen missen.

  • Eén miljard tekort bij arbeidsongeschiktheid, miljarden overschot bij Sociale fondsen. Hoe dan?

    Tegenvaller van 1 miljard door meer arbeidsongeschikten, zo meldt het kabinet. Maar er is een groot overschot in het fonds waarvan de uitkeringen betaald worden. Dus hoe zit dat? 

    De WIA wordt niet betaald uit algemene middelen, maar uit premies voor werkgevers (en indirect werknemers). In die sociale fondsen zat eind 2025 naar verwachting meer dan 54,3 mld, bij verwachte uitgaven van 29,1 mld. De hogere instroom arbeidsongeschikten kan daar ruimschoots uit worden gedekt.

    Maar Nederland gebruikt hier een boekhoudkundig trucje; dit fonds bestaat alleen op papier. De premies gaan naar de algemene staatskas, niet naar een afgeschermd fonds met een eigen rekening. Wel wordt op de begroting bijgehouden hoe groot dat fonds zou moeten zijn. Maar dat cash-geld wordt dus gewoon uitgegeven, het ligt niet in een kluis bij DNB. 

    Dat werkt totdat de ‘eigenaren’ van dat geld, werkgevers en werknemers, meer opnemen dan verwacht. Want misschien heb je het als overheid dan al uitgegeven aan, niet geheel willekeurig voorbeelden, het intrekken van je geraamde BTW-verhogingen op cultuur of aan defensie.

    Als het kabinet dus zegt dat er een tegenvaller van een miljard is door uitkeringen, bedoelen ze; ‘Er zit geen geld in de kas’. Maar er is dus geen feitelijk financieel tekort; de premies dekken de uitkeringen ruimschoots. Het is een kasstroom-probleem door politieke keuzes op andere terreinen. 

    Snoeien in uitkeringen om kasproblemen elders op te lossen; Zo ontstaat inderdaad een tegenvaller,  vooral voor mensen die arbeidsongeschikt zijn.

  • Stijgt het aantal arbeidsongeschikten in Nederland?

    De hoge instroom in de WIA wordt vaak gezien als bewijs dat het aantal arbeidsongeschikten explosief groeit en dat ons sociale stelsel onhoudbaar wordt. Maar klopt die redenering?

    Er lijkt in ons parlement en in landelijke media hardnekkige verwarring tussen groei en instroom in WIA. Maar: instroom in de WIA is niet gelijk aan de groei van het aantal arbeidsongeschikten met een uitkering en kan ook echt niet zo gezien worden.

    Korte uitleg over dat verschil: De 𝗪𝗜𝗔 is een relatief nieuwe voorziening, de meeste nieuwe gevallen van arbeidsongeschiktheid vallen hieronder, inclusief de jonge mensen die ziek worden. Tegelijkertijd zijn er een nog behoorlijk veel mensen die nog onder het oude stelsel vallen; de 𝗪𝗔𝗢. Dat aantal neemt langzaam maar zeker af, omdat de mensen die erin zitten ouder worden, ze stromen uit, sterven of gaan met pensioen.

    Zie het als een onderneming met twee vestigingen: bij de oude vestiging zijn de deuren naar binnen dicht, maar binnen staan nog best veel mensen en af en toe gaat er wel iemand naar buiten, een uitstroom (=WAO). Bij de nieuwe vestiging staan de deuren open, en is er instroom. Maar de meeste mensen zijn nog niet zo lang binnen, en gaan dus ook nog niet naar buiten (=WIA).

    Een veel beter beeld van de ontwikkeling van het aantal arbeidsongeschikten krijg je wanneer je net als het CBS kijkt naar alle arbeidsongeschiktheids-uitkeringen: WIA, WAO, WAZ en Wajong. Die zijn relatief stabiel over de afgelopen 20 jaar. (zie tabel onderaan, cijfers van het CBS). Van ongeveer 880.000 arbeidsongeschikten in 2006, naar een daling tot 810.000 in 2016, naar 865.000 in 2025. 

    De omvang neemt dus de afgelopen jaren licht toe, maar veel minder dan de WIA-instroom alleen suggereert. De cijfers over instroom zijn een nuttig signaal, maar vooral over wie er uitvalt en waarom, niet over een explosieve groei. 

    Is er dus een grote groei van het aantal arbeidsongeschikten?  

    De cijfers laten eigenlijk precies het tegenovergestelde zien; het aantal arbeidsongeschikten is in absolute cijfers verrassend stabiel voor een bevolking die groeit, en waar een pandemie overheen gegaan is.

    Bron: CBS statline, geraadpleegd april 2026. Data verzameld en gevisualiseerd door J.Post.

Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren
Inloggen