postscriptum

Een kleine voetnoot bij het officiële verhaal

Alle arbeid is waardevol, maar sommige arbeiders zijn waardevoller dan anderen.

Veel wet- en regelgeving heeft onbedoelde bijeffecten. Die vallen pas op wanneer mensen buiten de veronderstelde norm vallen.

Het kabinet wil meer mensen met een beperking aan het werk. Tegelijk verliezen uitkeringsgerechtigden die werken en hun totale inkomen (inc. uitkering) via hun werkgever krijgen, een flink deel van het fiscale voordeel dat alle werkenden krijgen.

Aan de ene kant dus een minister van SZW die hard inzet op financiële prikkels bij de WIA, zodat het financieel nog onaangenamer wordt als je geen werk vindt. En aan de andere kant een minister van Financiën die ervoor zorgt dat zieke mensen bij hetzelfde totale inkomen minder overhouden dan gezonde mensen, ook al werken ze.

Niet erg effectief als je meer mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan het werk wilt krijgen. Ook niet erg rechtvaardig.

Er zijn veel financiële regelingen en voorzieningen gekoppeld aan het vermogen tot arbeid. Ze zijn niet expliciet bedoeld om zieke mensen uit te sluiten, maar om werk te belonen.

Maar wetgeving stapelt. Voor toegang tot veel financiële regelingen is (volledig) inkomen uit arbeid of vermogen nodig. Langdurig zieke mensen zijn vaak slecht in staat tot dat eerste en teren snel in op dat tweede.

De vraag is niet of deze regelingen ieder op zichzelf logisch zijn. De vraag is wat deze stapeling van indirecte effecten betekent voor mensen die arbeidsvermogen missen.

Reacties

Plaats een reactie