๐ด๐ฐ,๐ฐ% ๐๐ฎ๐ป ๐ฑ๐ฒ ๐๐ฒ๐ฟ๐ธ๐ด๐ฒ๐๐ฒ๐ฟ๐ ๐ต๐ฒ๐ฒ๐ณ๐ ๐ป๐ถ๐ฒ๐บ๐ฎ๐ป๐ฑ ๐บ๐ฒ๐ ๐ฒ๐ฒ๐ป ๐ฎ๐ฟ๐ฏ๐ฒ๐ถ๐ฑ๐๐ฏ๐ฒ๐ฝ๐ฒ๐ฟ๐ธ๐ถ๐ป๐ด ๐ถ๐ป ๐ฑ๐ถ๐ฒ๐ป๐๐. Toch richt beleid zich vaak vooral op gedrag van (potentiรซle) werknemers met een arbeidsbeperking.ย
De UWV-monitor arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking verscheen deze week weer. Zoals gebruikelijk gaat hij vooral over รฉรฉn vraag: hoeveel mensen met een arbeidsbeperking werken? Die participatie daalt, en daar besteedt het rapport ongeveer 75 bladzijden aan.
De klap komt in de laatste paar bladzijden: Werkgevers geven aan geen geschikte functies voor deze mensen te hebben* . Meer dan 5 op de 6 werkgevers heeft niemand met een arbeidsbeperking in dienst.
Je gaat je afvragen waar die participatie precies gerealiseerd moet worden: iedereen een zzp-er?
Wat je meet, bepaalt waar je de oplossing zoekt; indicatoren zijn niet neutraal. Wanneer je kijkt naar arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking, vertaalt zich dat naar beleid om het gedrag van deze groep te veranderen: via bijv. sollicitatietraining en begeleiding, of financiรซle prikkeling, terwijl het grootste knelpunt blijft liggen.
Misschien wordt het dus tijd om de monitor ‘arbeidsparticipatie’ om te dopen naar de monitor โwerkcreatieโ.
* (SCP, arbeidsmarkt in kaart)
Geef een reactie